Dwars door Japan: Tokio

De geordende samenleving

[newsletter_lock]

In september 2019 reisde ik door Japan. Een lang gekoesterde wens: een reis dwars door het land van mystiek en ondoorgrondelijke gebruiken.

Dag 2: Orde in de stad

Zo wandelend door deze megastad vraag ik me steeds weer af, hoe houden zij een stad met 37 miljoen inwoners werkend. Alles lijkt te functioneren. Het verbaast te meer als je de kabelspaghetti van elektriciteits-, telefoon- en internetdraden door de straten ziet slingeren. De straten zijn schoon, heel schoon en niet alleen in de sjieke buurten. De metrotreinen glimmen van onder tot boven en stoffige hoekjes zul je er niet vinden. Overall WiFi en alle metrostellen hebben airco. Het personeel bij trein en metro is formeel maar correct, petje op, witte handschoenen aan. De taxichauffeurs lijken niet zoals te vaak in Nederland op gedegradeerde maffiabazen, maar zijn heren op leeftijd, strak in het pak en uitermate voorkomend.

Roken op straat alleen op bepaalde plaatsen, op roltrappen links houden, opstellen voor de metro en de orde houden op Roppongi Hills.

Ik weet niet wat ik er van moet vinden. Is dit nu goed of toch maar liever een tandje minder discipline? En hoe werkt het? Staat er iemand met een grote knuppel op elke straathoek om bij een overtreding er op los te meppen? Nou, ik zit er niet ver naast, er is veel bewakingspersoneel actief. Bij gebouwen of andere belangrijke plekken. Verkeer dat langs een bouwplaats moet, wordt door verkeersregelaars met aanwijzingen langs het obstakel geloodst. En natuurlijk is daar de agent. Politieauto’s zie je amper, maar een ‘oom agent’ zie je wel op straat. Niet veel, maar genoeg.

Onderdeel zijn van een groep, op school en na het werk.

Maar wat zeker een majeure factor is, is de Japanner zelf. ‘De Japanner’ kenmerkt zich door een sterk groepsdenken. Een individu is altijd lid van meerdere kringen, en dat is niet vrijblijvend: het gezin, de buurt, de werkkring en de samenleving Japan. ‘Ik maak zelf wel uit wat ik doe’ of ‘bemoei je met jezelf’, wat een beetje in de mond van de gemiddelde Nederlander ligt bestorven, is hier ondenkbaar.

Daarbij komt de gedisciplineerdheid van de Japanner. Daar hebben we in Nederland een broertje aan dood. Maar in Japan is dat volksaard. Zo moet je bijvoorbeeld op de talrijke roltrappen afdalend naar de diepliggende metro links staan. Rechts is voor de inhalers, de renners. Nu kan het voorkomen dat er een wachtrij voor de linkerzijde van de roltrap staat. Rechts blijft leeg. Het is smoorheet en de renners zijn ver in de minderheid. Wat nu? Nou gewoon, in de rij voor links blijven staan. Of rennen aan de rechterzijde. Ondenkbaar dat iemand uit ongeduld rechts gaat staan om de rij te omzeilen. 

Dat een stad met 37 miljoen inwoners zo technisch kan functioneren mag een wonder heten.

Dat de stad zo schoon is heeft te maken met het aantal oudere mensen dat langs de straten loopt te bezemen. Hen gadeslaand vraag ik me af wat hun vangst is, er ligt al zo weinig. Het helpt ook dat Japan geen snackbars kent. Eten doe je thuis of in een restaurant. Op straat etende mensen zijn non-existent. Roken in restaurants is overal toegestaan en dat is niet fijn. Steeds vaker verschijnen aparte rookruimten. Roken op straat is een zeldzaamheid, rondzwervende peuken dus ook.

Japan is ook behoorlijk monocultureel. Op het benauwde af. Een in Nederland niet aflatende discussie over wat wel en niet mag bestaat hier in Japan amper: wij zijn Japan, en wij doen dat zo. Wie zich niet aanpast ligt eruit. Uitzondering is de toerist. Weet die veel wanneer je buigt, voor wie en hoe diep. Weet die veel wanneer je konnichiwa zegt, (こんにちは of 今日は). De Japanner doet net of zijn neus bloedt ook al blundert de toerist er op los.

Langzaam lijken jongeren los te willen breken uit die cultuur van gehoorzamen en alles in de groep. En begrijpelijk. Het kan ook teveel van het goede zijn.

Japan is een gelovig land getuige de ontelbare ,shrines, verspreid door het hele land.

Stiekem moet ik toegeven deze geordendheid wel prettig te vinden en dat de stad hierdoor weldadig relaxed en veilig aandoet. Geen moment dat je iemand of een groep tegenkomt die zich intimiderend gedraagt. De metro is een oase van voorkomendheid en rust. Luid praten wordt niet op prijs gesteld. De criminaliteit is extreem, zeg maar lachwekkend, laag, of het moet in de onderwereld zijn. Maar die blijft daar ook.

Een zo versteende stad met vaak tropische temperaturen kan niet zonder weelderig groen. Alleen de krekelachtigen in de bomen laten er hun harde geluid horen.

Nederland kan wat mij betreft wel een vleugje Japan gebruiken, minder een grote mond opzetten, meer rekening houden met een ander en je troep niet voor een schoonmaker op straat of in de trein dumpen. 

Een kern van eigenheid, zonder daarin cultureel te bevriezen, kan ook helpen iets meer eenheid in een gemeenschap te behouden. Als iedereen het zijne wil, is de gemeenschap aan zijn einde gekomen.

De immense stad bij avond.

VERVOLG REISVERSLAG

Bedrag € -
[/newsletter_lock]