Dwars door Japan: Fukushima

De regio die kernramp overleefde

[newsletter_lock]

In september 2019 reisde ik door Japan. Een lang gekoesterde wens: een reis dwars door het land van mystiek en ondoorgrondelijke gebruiken.

Dag 5/6: Tussen de bergen

Vandaag ging de reis van Kinugawa Onsen naar Aizu-wakamatsu. We verlaten ons hotel er niet met spijt. Behalve de lobby zien de gangen en kamers er wat sleets uit. Er lijkt lang niets meer aan de kamers te zijn gedaan. Bovendien belandden wij in een rookkamer. Met wat spuitbussenwerk is gepoogd de ergste rooklucht weg te krijgen, wat maar ten dele is gelukt. Engels spreekt maar één medewerkster, en dat is al heel wat. De meeste Japanners spreken geen Engels, geen woord. Bij de jongeren lijkt het niet veel beter. Verder is Kinugawa Onsen een doods stadje, wellicht na een glorietijd op zijn retour. 

Het landschap tussen Kinugawa Onsen en Aizu-wakamatsu is afwisselend, bergachtig en bebost.

De trein neemt ons verder door het prachtige groene en bergachtige dal, de natuur laat zich van haar beste kant zien. De tropische temperaturen en hoge luchtvochtigheid, beide normaal voor dit deel van Japan, maken dat het groen elke meter van de middelhoge bergen tot op de toppen bedekt.

Een dorp uit de Edo-periode genaamd Ouchi-juku (大内宿).

Tijdens een tussenstop in Yunokami Onsen bezoeken we een dorp uit de Edo-periode genaamd Ouchi-juku (大内宿). Het moet in Edo-periode (1603-1867) zijn geweest dat dit dorp of een dorp naar gelijke opzet een doorgangsplaats was voor reizigers in deze bergachtige en bosrijke streken. Met een speciale bus worden wij van het station naar het dorp gereden. De tocht voert ons over een extreem bochtige weg langs snelstromende beken. Het dorpje is schilderachtig, mooi gelegen maar nogal toeristisch. In de prachtige huizen zijn winkeltjes ontstaan, een klein museum en een aantal traditionele Japanse restaurants. 

Op de terugweg wordt kort na vertrek de bus stilgezet. Een forse horzelachtig beestje vliegt door de bus. En mannelijke passagier kijkt met bange ogen naar het kleine monster. De begeleidende vrouw in de bus rekent echter met een ferme mep met hem af. We kunnen verder.

Luxe in een oud ogende trein met aankomst in een traditioneel Japans hotel.

De volgende dag brengen we een volle dag in Aizuwakamatsu door. En dat klinkt toch anders dan een dagje Parijs. En dat is het ook. Het belooft een hete en, zoals normaal in Japan, broeierige dag te worden. Deze kleine stad ligt in een van de 47 prefecturen. De naam van de prefectuur roept direct herinneringen op: Fukushima. De prefectuur waar op 11 maart 2011 zich de kernramp voltrok, een ramp van ongekende omvang dat het gevolg was van een tsunami.

Gebouwen met schokdempers, noodwoningen en evacuatieplaatsen in Aizuwakamatsu.

Nog maandelijks worden de stralingsgegevens in heel de prefectuur bekend gemaakt. Want straling wordt er nog altijd gemeten, 80 kilometer oostwaarts van de vernielde kerncentrale. De cijfers voor Aizuwakamatsu lijken deze maand mee te vallen. Niemand lijkt zich er wat van aan te trekken, kinderen spelen buiten, in de hotels zitten mensen aan de Japanse dis. Met een waarde van 0,08 microsievert/uur lijkt de straling nu ongevaarlijk. “In veel gebieden in Fukushima zijn de niveaus zelfs lager dan in sommige steden in Frankrijk”, zegt Franken afgestudeerd aan de Technische Universiteit Delft en woonachtig in Japan in de NRC van 11 maart 2016. We moeten dus meer opletten bij het oversteken dan we straling moeten vrezen.

Aizuwakamatsu is een kleine stad in prefectuur Fukushima.

De stad oogt een tikje chaotisch, ruimtelijk gezien. Gebouwen van wisselende vorm, omvang en staat van onderhoud wisselen elkaar in een en dezelfde straat af. Hier en daar valt een gat door een garage, een parkeerterrein of gewoon een lege plek. De stad is als zoveel Japanse steden nogal eens getroffen door aardbevingen en branden. De oudere huizen, vaak van hout, bezwijken dan. De nieuwere betonkolossen blijven staan, bestendig tegen aardbevingen en deels tegen brand. En zo dunt het bouwkundige Japanse erfgoed steeds meer uit. Soms wordt er herbouwd, meestal niet. Wat je overhoudt is een rommelige stad met hier een daar een juweeltje van een gebouw. Daarin zijn twee tradities te herkennen: de Japanse en de Europese.

Tsuruga Castle, indrukwekkend bouwwerk uit de Edo-periode.

De stad is omsloten door bergen, weelderig bebost. Boven de stad torent het Tsuruga Castle. Een prachtig bouwwerk uit 1384 maar in de ‘Boshin-oorlog’ in 1868 vernietigd. Het zou pas tot de 1960-er jaren van de vorige eeuw duren voordat tot herbouw werd besloten. De stad zelf oogt alsof er betere tijden zijn geweest. Winkels zien er vaak verwaarloosd uit of staan leeg. Op enkele mooie gebouwen na moet de stad het van haar geweldig mooie omgeving hebben.

Gelukkig zijn nog een aantal fraaie panden gespaard gebleven van aardbevingen en branden.

Maar dit is wat het is, het Japan in haar echte staat. Een land dat snel vergrijst en de gouden tijden achter zich lijkt te hebben.

VERVOLG REISVERSLAG

Bedrag € -
[/newsletter_lock]